D - van Degelijk-Inleiding

Mensen zeggen dat ze graag willen lijken op beroemdheden of mensen die grote liefdadigheid hebben gedaan in het verleden. Ik zal eerlijk tegen jullie zijn, ik heb dat zelf nooit gewild…Het is niet dat niet respecteer wat een aantal van hen doen of hebben gedaan, maar aangezien ik ze niet persoonlijk ken, hoe zou ik dan hetzelfde willen zijn als een vreemde?

Maar er is een vrouw die ik persoonlijk ken en op wie ik zou willen lijken. In feite denken al mijn vrienden hetzelfde over haar….ze is geweldig, een waar voorbeeld dat gevolgd kan worden en ik zie dagelijks dat vrouwen zich vormen als haar…ze is een ware inspiratie.

Ze is de vrouw van Spreuken 31. De enige vrouw die in de Bijbel gedetailleerd wordt beschreven. De manier waarop zij omgaat met haarzelf, haar familie, werk, tijd, geld en verantwoordelijkheden. De meeste christelijke vrouwen hebben al over haar gehoord of gelezen. En ook al is ze voor hun wel populair, toch bestaat er een beetje controverse al het aankomt op de dingen die zij deed. Deze dingen zijn vandaag de dag namelijk absoluut niet meer populair.

Laten we hieronder haar beschrijving plaatsen, zodat u erover na kunt denken. En de komende weken zullen we over haar schrijven.

10 Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waarde is verre boven de robijnen.
11 Het hart haars heren vertrouwt op haar, zodat hem geen goed zal ontbreken.
12 Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars levens.
13  Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen.
14 Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen.
15 En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel.
16 Zij denkt om een akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard.
17 Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen.
18 Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit.
19 Zij steekt haar handen uit naar de spil, en haar handpalmen vatten den spinrok.
20 Zij breidt haar handpalm uit tot den ellendige; en zij steekt haar handen uit tot den nooddruftige.
21 Zij vreest voor haar huis niet vanwege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed.
22 Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper.
23 Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands.
24 Zij maakt fijn lijnwaad en verkoopt het; en zij levert den koopman gordelen.
25 Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.
26 Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.
27 Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet.
28 Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar.
29 Vele dochteren hebben deugdelijk gehandeld; maar gij gaat die allen te boven.
30 De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.
31 Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

Hier zullen de komende boodschappen over gaan.

Cristiane Cardoso